img033.png

Geschiedenis van het dorp

Bron: Heemkundig Genootschap Land van Rode; ‘Geschiedenis van de gemeenten van de provincie Oost-Vlaanderen’, Frans De Potter en Jan Broeckaert.

​In 1120 vinden we voor het eerst een vermelding van de gemeente Balinghehem. In 1225 duikt de spelling Badelinghem op en in 1243, 1384, 1419 en 1451 Badelghem. Pas in de 16e eeuw schreef men Baeleghem of Balegem, zoals dat nu het geval is.

  • 1202 ha.

  • Op 18,5 km van Gent, op 3 km van Oosterzele.

  • Balegemnaar; Balegems.

  • Zandlemig; heuvelig, uitloper van de Vlaamse Ardennen; aan de Molenbeek; aan de spoorlijn Gent-Zottegem.

  • Sedert 1977 is Balegem samen met Gijzenzele, Landskouter, Moortsele en Scheldewindeke een deelgemeente van Oosterzele.

In 1244 was Hendrik van Badelgem 'magister' of meester, in 1256 was Walterum de Badelgem was milis of krijgsman.


Binnen de grenzen van het vroegere Balegem waren Haesebijt, Vosbroek, Bracht, Issegem en Bottele de voornaamste heerlijkheden. De heerlijkheid Heesegem gaat tot de 11de eeuw terug. In 1451 werd ze door Gentse milities platgebrand en in 1579 voor de tweede maal door de Gentenaars verwoest. In de 16de eeuw kwam de heerlijkheid door huwelijk toe aan de familie Bette, die ze tot 1792 in haar bezit had. Van de omwalde burcht bleef niets bewaard. De heerlijkheid Bottele, op de wijk Walzegem, gaat mogelijk tot de 12de eeuw terug. Sinds de 16de eeuw behoorde ze achtereenvolgens toe aan de families Bette, Rodoan en d'Hane. De laatste heer, Joost Sebastiaan d'Hane, stierf in 1713 op zijn kasteel in Balegem. Het gebouw werd in 1789 verkocht. Gravin de Goldstein liet het in het begin van de 19de eeuw afbreken. Balegem behoorde vroeg tot de bezittingen van de heer van Rode. Samen met Moortsele en Scheldewindeke vormde het een van de vier leenhoven van de baronie, later het markizaat Rode. De vierschaar hield zitting in Scheldewindeke. Rode zelf behoorde tot de kasselrij van het Land van Aalst. Na de dood van Lopez Rodriguez d'Evora y Vega, de markies van Rode, in 1690, splitste het markizaat en de heerlijkheid Balegem-Scheldewindeke-Moortsele. De oudste zoon Jan Jozef was hoofderfgenaam. In 1697 werd het leen in drie verkaveld. De heerlijkheid Balegem kwam aan Maria Louis Rodriguez, vrouw van Lamoraal de La Tour-Tassis.

 

De laatste heren van Balegem waren: Ignaace de la Tour-Tassis in 1728, Charles Ignaas in 1737 en Maria Magdalena de la Tour-Tassis in 1790.
Het patronaat van de Sint-Martinusparochie behoorde vanaf haar ontstaan aan het Heilig Kruiskapittel van Kamerijk. Tot 1559 ressorteerde Balegem onder het bisdom van Kamerijk, nadien onder het aartsbisdom Mechelen en tot het bisdom Gent.

Vlaanderen Verbeelding Werkt Wit.png

© 2020 Sean Rousseau

De Bib Wit.png
Erfgoed Viersprong.png
Afbeelding1.png
Dorpsstraat (Collectie Lucien De Smet)